Er is niets indrukwekkender dan een beeld dat plotseling uit het niets verschijnt. De realisatie van perfect zwevende figuren of virtuele objecten is echter vaak een hele uitdaging. Om het beste materiaal voor jouw setup en bijhorend budget te selecteren, is het belangrijk om goed te begrijpen welke parameters de kwaliteit van de projectie en het gewenste effect bepalen.
Transparantie van het gaasdoek
Gaasdoeken met een grovere structuur zijn over het algemeen transparanter maar reflecteren minder geprojecteerd licht dan een doek met kleinere gaas.
Bij het kiezen van de gewenste gaasgrootte is het dus essentieel te bepalen wat belangrijker is: de transparantie van het scherm of de scherpte en definitie van het geprojecteerd beeld.
Wanneer objecten of artiesten achter het doek duidelijk zichtbaar moeten zijn, kies je voor een grotere gaas. Indien vooral de geprojecteerde beelden scherp moeten zijn en de objecten of artiesten achter het scherm bedoeld zijn als silhouetten, dan is een tule met kleinere gaas en/of dikkere draad aangewezen.
Licht
De belangrijkste factor om magie te kunnen creëren met een gaasdoek, is licht. Hou altijd rekening met omgevingslicht dat je niet kan controleren, zoals werklicht en noodverlichting, want deze kunnen het effect teniet doen.
Tules reflecteren licht maar laten het deels ook door. Indien de ruimte achter het doek onbelicht blijft, zal het ondoorzichtig zijn wanneer het enkel langs voor of zijdelings, onder een scherpe hoek, belicht wordt. Omgekeerd zal de tule nagenoeg transparant worden van zodra het podium erachter verlicht is en het doek zelf onbelicht blijft. Een combinatie van beide technieken, waarbij er zowel licht of projectie aan de voorzijde van het doek is en verlichting erachter, kan zorgen voor een mistig 3D effect. Van zodra de ruimte achter het gaasdoek oplicht, zal het doorschijnen en verschijnen.
Projector
Uiteraard beïnvloeden de kwaliteit en de helderheid van de projector het geprojecteerde beeld enorm, maar ook zijn positie ten opzichte van het gaasdoek speelt een belangrijk rol.
Wanneer je recht op een gaasdoek projecteert, zal een groot deel van het geprojecteerde licht er gewoon doorheen schijnen en de ruimte erachter oplichten. Het resultaat is een kwalitatieve projectie op een doek dat zichtbaar is, tenzij er vlak erachter het gaasdoek een verduisterend gordijn hangt. Omdat je het publiek niet wil verblinden, is retroprojectie om dezelfde redenen niet aangewezen.
Kleur van de geprojecteerde beelden
De kleur van de stof zal de kleuren van de projectie altijd beïnvloeden. Lichtere gaasdoeken hebben minder effect op beeldkleuren dan donkerdere exemplaren. Daarom kalibreer je de kleuren van de videobeelden best in functie van het gekozen materiaal en zijn respectievelijke kleur.
Positie van het publiek
De positie van het publiek bepaalt hun kijkhoek.
Een tule met een constante gain spreidt het licht egaler in alle richtingen, wat ideaal is voor een publiek dat met een brede kijkhoek ten opzichte van het scherm zit. Toeschouwers zullen overal een vergelijkbare beeldkwaliteit ervaren, onafhankelijk van hun positie.
Een scherm met een hoge gain is dan weer meer geschikt voor installaties met een smalle kijkhoek. De kwaliteit van het beeld neemt toe naarmate je meer in het midden zit, maar neemt af naarmate je je meer aan de buitenkant van het publiek bevindt.
Een kwestie van balans
Om het beste resultaat te bekomen, moeten alle parameters nauwkeurig in evenwicht zijn.
Ben je op zoek naar een krachtige projectie dan kies je dus best voor een sterke projector, een lichtere gaas, een zeer kleine netstructuur of een combinatie van dat alles.
Wanneer transparantie de belangrijkste factor is, zorg er dan voor dat de ruimte achter het gaasdoek niet verlicht is en maak gebruik van gericht licht op een donkere gaas, of een projectieoppervlak met een eerder open structuur. Zo’n open structuur is typisch voor een gaas met grotere openingen of voor een zeer dunne en fijne tule met uiterst kleine mazen.



