Skip to main content

Het ideale projectiescherm

Koopgids schermen

ShowTex biedt een uitgebreid assortiment schermen aan met verschillende eigenschappen om het beste resultaat uit elke toepassing te halen. Beantwoord de volgende vragen om te bepalen welk scherm bij je installatie past.

 


 

Waar staat de projector: voor of achter het scherm?

Frontprojectie betekent dat de projector en het publiek zich aan dezelfde kant van het scherm bevinden.. Bij retroprojectie staat de projector achter het scherm terwijl het publiek dus naar de projector kijkt en het scherm als diffuser werkt. Beide systemen hebben voor- en nadelen:

Frontprojectie

  • –Er kunnen kleinere projectoren worden gebruikt.
  • De lichtstraal moet ononderbroken op het scherm schijnen.
    Presentators kunnen dus ongewenste schaduwen op het scherm werpen.
  • De publieksruimte moet verduisterd zijn om het beste resultaat te verkrijgen.
  • Een wit vlak kan storend zijn voor het publiek.

 

Retroprojectie

  • Beter contrast door uitgebreider kleurenpalet van het schermoppervlak.
  • –Geen ongewenste schaduwen van presentators of acteurs.
  • –De ruimte achter het scherm kan worden verduisterd, in de publieksruimte mag omgevingslicht blijven branden. (Ideaal om aantekeningen te maken tijdens conferenties.)
  • –Donkere schermen kunnen ‘verdwijnen’ en opgaan in het decor.
  • –Verbluffende effecten in combinatie met een digitale print op het scherm.
  • –Sommige schermen voor retroprojectie kunnen een ‘hot spot’ veroorzaken en de kijkhoek versmallen.
  • –De ruimte achter het scherm kan niet voor andere doeleinden worden gebruikt, waardoor waardevolle ruimte verloren gaat.

 

Dubbelzijdige projectie
Sommige schermen worden zowel voor front- als retroprojectie gebruikt en worden dubbelzijdige schermen genoemd.

Terug naar boven

 

Kijkhoek: breed of smal?

‘Gain’ is de hoeveelheid licht die door het scherm wordt weerspiegeld. Dit is het licht dat door het scherm wordt weerspiegeld in verhouding tot het licht dat door een standaard wit referentiemateriaal wordt weerspiegeld. Een scherm met een gain van 1.0 weerspiegelt dus evenveel licht als het referentiemateriaal. Een scherm met een gain van 1.5 weerspiegelt 50 % meer licht dan het referentiemateriaal.
Gain wordt gemeten vanaf de gezichtshoek waar het scherm het helderst is, namelijk loodrecht ervoor. Afhankelijk van het gekozen schermoppervlak wordt het geprojecteerde beeld minder helder naarmate je schuiner naar het scherm kijkt.

Een scherm met een vlakke gain-curve verspreidt het licht gelijkmatiger in alle richtingen, wat ideaal is voor publiek dat in een brede kijkhoek voor het scherm zit. De kijkers zien dezelfde beeldkwaliteit ongeacht de kijkhoek.
Een scherm met een piekende gain-curve is beter voor het publiek dat in het midden zit, maar het beeld verzwakt voor het publiek dat aan de buitenkanten zit. Het is dus beter voor opstellingen met een smallere kijkhoek.

Terug naar boven

 

Aantal projectoren: een of meerdere?

In eerder klassieke opstellingen zoals bioscopen (tijdelijke of permanente), in relais opgestelde schermen (bv. aan beide zijden van een podium) of kleinere conferenties (bv. vergaderzalen) wordt maar een projector gebruikt.
De helderheid van de projectie kan worden verhoogd door twee projectoren bovenop elkaar te plaatsen.
Soft edge blending is een methode waarbij twee of meer projectoren samen worden gebruikt. De randen van beide projecties overlappen elkaar zodat een breder beeld ontstaat dat beter geschikt is om brede scherminhoud te tonen. Dit werkt uiteraard het best met schermen die een vlakke gain-curve hebben om het ‘hot spot’-effect te verminderen en het kijkvlak te vergroten.

Terug naar boven

 

Omgevingslicht: relevant of niet?

De kwaliteit van het geprojecteerde beeld is afhankelijk van het omgevingslicht. Schermen voor retroprojectie zijn meestal beter bestand tegen omgevingslicht dan schermen voor frontprojectie omdat de schermen voor frontprojectie alle lichtbronnen reflecteren, zowel het licht van de projector als het omgevingslicht.
Een donker retroscherm reflecteert minder licht. Het geprojecteerde beeld is minder helder, maar het omgevingslicht heeft ook minder invloed. In theorie zijn de testresultaten van deze schermen niet spectaculair, maar in de praktijk scoren ze toch veel beter.
Schermen met hoge gain zijn gevoeliger voor omgevingslicht. Hoe hoger de gain, hoe meer licht wordt gereflecteerd.

Terug naar boven

 

Contrastverhouding: van belang voor het beeld?

Contrast is het verschil tussen het witste wit en het donkerste zwart op het scherm. Hoe groter het contrast, hoe beter het scherm. Het omgevingslicht vermindert het contrast van het scherm drastisch.
Omdat frontschermen alle lichtbronnen reflecteren, hangt het waargenomen contrast sterk af van het omgevingslicht. Schermen voor frontprojectie met een hogere gain behouden het contrast het best.
Omdat een projector geen zwart kan schijnen, zie je eigenlijk de afwezigheid van licht. Donkere schermen reflecteren het omgevingslicht minder en daarom lijken de zwarte punten donkerder door de kleur van het projectievlak. Hierdoor neemt het waargenomen contrast van het geprojecteerde beeld toe.

Terug naar boven